Stemmen uit het verleden deel 1
VERHALEN EN FOTO’S 1940 – 1960
Door Bernard Soudan

Als oud-bewoner van de Vogelwijk (wat heet oud-bewoner, ik ben er zelfs geboren!), volg ik via internet het wel en wee van de wijk. Vooral verhalen over vroeger lees ik met veel plezier. Daarom wil graag mijn herinneringen toevoegen aan het artikel ‘Vroeger, nu en straks’ en dan met name het gedeelte ‘Winkels in de wijk’, in de Praatvogel van afgelopen september 2006.
Voordat ik daaraan begin eerst even ‘n paar ‘historische feiten’;
Ik ben geboren in oktober 1948, in de Vinkenstraat 8, wij woonden toen  boven bij de familie Taverne. In 1952 zijn we, met gebruikmaking van een handkar, naar de Lijsterstraat 27 verhuisd, daar woonden reeds mijn opa en oma van vaders kant.
Mijn vader werkte toendertijd op het kantoor van de werkplaats van de Anna-Kliniek. In september 1959 zijn we naar Rotterdam verhuisd omdat mijn vader toen daar al geruime tijd werkte en het heen en weer reizen tussen Leiden en Rotterdam te bezwaarlijk werd.
Hij was in die tijd betrokken bij de speeltuin, als ik me niet vergis zat hij in het bestuur en had hij ook de hand in de oprichting van de speeltuinvereniging, waaraan ook, als ik me wel herinner, de heer Gordijn uit de lange Roodborststraat en de heer Weber van de Nachtegaallaan aan deelnamen. Mijn vader ging in december als Sinterklaas  op huisbezoek, dit werd door de speeltuinvereniging georganiseerd, veel later hebben we daar boeiende verhalen over gehoord.
Ik stuur ik als bijlage, ook een paar foto’s uit die tijd.
Foto juni 1952, ik als driejarige voor Vinkenstraat 4, het huis van familie Karim.Deze foto is gemaakt door een z.g. straatfotograaf die je toen had. 1952
Foto 1958, mijn broer Paul en ik in een lege Lijsterstraat, de Volkswagen is van Brand 1958
Foto augustus 1958, opening van de glijbaan in de speeltuin, ik maak aanstalten om te landen. De man links zou ome Flip kunnen zijn, hij was de oppasser van de speeltuin. Deze foto stond indertijd in het Leids Dagblad. deze glijbaan stond dichtbij en parallel aan de sloot langs de Nachtegaallaan, op de achtergrond de volkstuinen.  Glijbaan
Een enveloppe van de Anna-Kliniek, ik denk dat er daar niet veel meer van in omloop zijn.  Envelop
Van de Anna Kliniekfoto’s moet nummer 1 de oudste zijn
gezien het feit dat er van een tuin eigenlijk nog geen
sprake is en er ook nog geen hek staat.
 Aan de hand van de auto’s die erop te zien zijn schat ik dat ze in
de jaren dertig of veertig gemaakt moeten zijn.
– In de tuin van de Anna Kliniek mochten wij graag voetballen, of dat echt verboden was weet ik niet maar wij waren als de dood dat de tuinman ons zou betrappen. Daarom deden we dat ook niet zo vaak. Op straat voetballen was trouwens toen nog mogelijk zonder verkeersongelukken.
Eigenlijk alleen tijdens bezoekuren was er verkeersaanbod. 
Anna Kliniek1
Dat geldt ook voor de foto van de Nachtegaallaan, dit daar de bomen nog vrij klein zijn en ik me meen te herinneren dat er langs de Rijnsburgerweg/Leidse Straatweg ook hogere bomen stonden in de tijd dat ik in de Vogelwijk woonde. De foto is genomen vanaf de hoek met de Leeuwerikstraat.  Nachegaallaan 1946

De foto Roodborststraat 29 stamt denk ik uit 1943
Dit zijn mijn moeder en mijn zus, aangezien mijn  zus in december 1942 geboren is lijkt mij dat ‘n  goede inschatting. Op dat adres is zij geboren.

Roodborststraat 29
Juli ’53 stelt mijn moeder, haar zus en hun moeder
voor, genomen voor Lijsterstraat 27 met op de achtergrond
de kruidenierswinkel van Brand. 
1953

Juli ’53 2 dezelfde personen met rechts nog net de markies
van de groentenwinkel van Vahrmeier, het hoekhuis op
de achtergrond werd bewoond door de familie Labree.
Daar ziet u ook wat kinderen afgebeeld, dit was dan ook ‘n
soort hangplek o.a. ‘s avonds voor de wat oudere jeugd.

1953
Volgens mijn zus is de foto Feest Vogelwijk gemaakt
tijdens de Bevrijdingsfeesten in ’45, zeker is zij daar niet van.
Zou bijvoorbeeld dus ook tijdens een 3 oktoberfeest of een
ander evenment gemaakt kunnen zijn. Hij is genomen op
de kruising Lijsterstraat/Roodborststraat met op de achtergrond
weer de winkel van Brand (of Brand daar toen al inzat is mij onbekend). 
Feest

Mijn herinneringen aan de diverse winkels

Allereerst de melkboer, in mijn tijd was dat Menken, daar haalden we als kind elke maandagochtend melkbonnen, die we nodig hadden voor de schoolmelk.
Naast de gebruikelijke zuivel verkocht hij ‘s zomers ook waterijsjes, ik dacht van eigen makelij. In februari 1953 was daar een inzamelpunt voor de slachtoffers van de watersnoodramp, mijn ouders hebben o.a. een paar dekens afgestaan en ik als kind een stukje van mijn eigen speelgoed, ik herinner me dit nog heel goed.
De kruidenierswinkel van Blom was volgens mij toen van de Grosco.
In de sigarenwinkel van mevrouw Kingma had je op de toonbank zo’n vlammetje dat altijd brandde, mijn moeder hielp daar in de huishouding. Ze had een witte keeshond die Peggy heette. Mevrouw Kingma is eind jaren vijftig (of begin zestig?) naar Australië geëmigreerd, haar dochter (tante) Ietje woonde daar al.
De naam van de groentewinkel was Vahrmeier, over de spelling van ‘meier’ ben ik onzeker. Zij hadden een driewielige bestelauto. En dan de kruidenierswinkel van Brand (zonder t), het echtpaar Tom en An met dochter Rita. Brand was toen aangesloten bij de Sperwer, met de slagzin ‘de Sperwer spiedt naar wat u voordeel biedt’.
Mijn ouders waren met Brand bevriend, deze hadden in 1956 al TV, dat weet ik omdat op een avond mijn ouders zeer ontdaan thuiskwamen, ze hadden
bij Brand beelden gezien van de Hongaarse opstand. Met Brand hebben mijn ouders hun allereerste buitenlandse reis gemaakt, naar Oostenrijk in 1957, een paar dagen maar.
Brand was ook de enige in de Lijsterstraat, misschien wel de hele buurt, die een personenauto had, een Volkswagen Kever, met brilletje en uitklappende richtingaanwijzers.
De kapperszaak van Nico Dofferhoff, daar werden uiteraard mijn haren geknipt. Telefoon was in die tijd een schaars goed, mijn oma van moeders kant woonde in de buurt van Den Helder, communicatie ging in die tijd per brief, briefkaart of ansichtkaart, in speciale gevallen belden mijn ouders bij Dofferhoff, dan belden ze buren van oma, die gingen dan op hun beurt oma waarschuwen dat er gebeld zou worden.

En dan het ‘rondtrekkend’ volk: 
Nico Glasbergen deed in groente en fruit, hij kwam met paard en wagen.
Brood werd bezorgd door de Zeeuw van de LBF, hij kwam met zo’n speciale bakkersbakfiets.
Er kwam ook een melkboer, zijn naam weet ik niet meer, wel dat je bij hem losse melk kon kopen.
Uit Katwijk kwam van de(r) Plas met vis, hij kwam dat end met een handkar.
Er kwamen twee ijsboeren in de wijk, Balans met verpakt Ermi-ijs, en Voortman met schepijs. Balans had ook een standplaats bij de ingang van het Leidse Hout aan de Warmonderweg.
‘s Zomers kwam er een fruithandelaar uit Rijnsburg(?), hij had een speciale yell die we als kinderen altijd nadeden: mooie kersen, mooie aardbeien.
En dan had je de man die ‘klosetpapier’ riep, naast wc-papier verkocht hij ook diverse borstels an andere schoonmaakmiddelen.
Op maandagochtend kwam er een klein vrachtwagentje met wasmachines, die kon men huren, wel op afspraak volgens mij.
Tot zover de winkeliers en handelaren.

Ik maakte melding van het feit dat Brand als een van de eersten/weinigen
TV had. In de Vinkenstraat nummer 4 woonde een indische familie, Karim(?).
Zij hadden ook TV, elke woensdag- en zaterdagmiddag vormde zich tegen vijf uur een rij van buurtkinderen die dan bij Karim naar het kinderuurtje mochten kijken. Dan werd de kamer half ontruimd c.q. werden meubels terzijde geschoven om ruimte voor de kijkertjes te maken. Als mevrouw Karim jarig was werd er geld opgehaald om voor haar een mooie bos bloemen te kopen.
Ik ging ook wel TV kijken bij de familie Clemens die tegenover ons woonde, of bij van Delft, bij Brand om de hoek in de lange Roodborststraat.