Stemmen uit het verleden deel 8
VERHALEN EN FOTO’S 1938 – 1967
Door Jaap Spaargaren

In 1938 werd ik geboren in de Roodborststraat 32 of 36 en later verhuisd naar de Lijsterstraat 4, met heel wat herinneringen uit die tijd. In eerst instantie werd de vogelwijk gebouwd voor het personeel, van het academisch ziekenhuis.

Maar die wilden niet in enkele rijtjes huis wonen en zo werden ze verhuurd aan een ieder die de huur van 7 of 12 gulden per maand konden betalen. Zo liep de wijk vol met allerhande gezinnen, die daar jaren hebben gewoond.

Toen de buurt werd overvallen door de oorlog, was voor een ieder een zware tijd. Honger razzia’s teisterden de buurt en menige vader werd opgepakt hetzij door verraad of gewoon omdat men geen goede schuilplaats had.

De woningen werden veelal dubbel bewoond zo ook bij ons. De familie Eding waren onze buren en we hebben daar voordeel aan gehad. Hij werkte bij het Rode Kruis en alles wat wij moesten inleveren aan de moffen, pikte hij weer terug. De radio en dekens werden na inbeslagname de week daarop weer bij ons afgeleverd. Toch,ondanks alle ellende, was de saamhorigheid enorm. Er werd van alles gedaan om het een beetje gezellig te hebben. Wat ik mij herinner was de fiets die in de kamer stond en wel zo dat men al trappende licht had van de dynamo’s, die erop waren gemonteerd. Er werd dan een kaartje gelegd en surrogaat koffie gedronken. In die tijd heb ik het geluk gehad een paar zomervakanties in Friesland te vertoeven, wat niet zonder gevaar was, om via het IJsselmeer over te steken met de boot van Amsterdam naar Llemmer. Maar dat heb ik gelukkig overleefd. Eenmaal weer thuis was het weer wennen wat de pot schafte.

Want het eten was elke dag een probleem want er was niets meer te krijgen en menig buurtgenoot trok er op uit naar de boeren in den lande om een eten te komen. Soms dagen onderweg en dan op de terugweg nog weer bestolen te worden door die rotmoffen. Tulpenbollen en wat karige groenten schaften de pot in menig huisgezin. Toen de bevrijding daar was werd er feest gevierd en moest men de draad weer oppakken en dat viel niet mee.

Een paar anders denkende (NSB- ers onder andere) hebben geen feest gevierd, die werden aan de schandpaal genageld en men was blij, dat ze uit de buurt waren om nooit meer teug te keren.

Na deze tijd ging een ieder zijns weegs de Leidsche Houtschool, die bezet was geweest door de moffen werd weer vrij gegeven zodat men weer naar school kon. Een paar jaar heb ik les gehad en ben later naar de Julianaschool in Oegstgeest gegaan. Veel kinderen hebben in Oegst geest op verschillende scholen les gehad.

De scheidslijn tussen het diverse geloven was duidelijk zicht baar in omgang. Samen lopen naar je school met een anders denkende was een doodzonde, zeker voor de katholieken en zeer zeker de gereformeerden. Men zag dan ook eerst de katholieken dan de gereformeerden en daar achter de kinderen, die naar de gemeenteschool gingen en owee als men met elkaar liep te keuvelen en het werd gezien, dan waren de rapen gaar.( Gelukkig leven we nu in een ander tijd )

Het paar winkels uit die tijd waren dan ook, voor de ene helft van de buurt en de ander voor de andere. Mevr. Blom voor Lijsterstraat, Merelstraat en Nachtegaallaan en Brand voor de rest. Jaap Remmerswaal was de man met de peuk in zijn mondhoek en een vakman op het gebied van fietsen, mevr. Kingma beheerde de sigarettentoko, Rosdorf de melkzaak, Varenmeier de Groente en Dofferhof de kapperszaak. Dus alles bij de hand, buiten de gebroerders Hogenwoning en Nico Glasbergen die langs de deur kwamen met groenten en fruit. En niet te vergeten Stoute van de landbouw, die nog al eens met dubbel potlood schreef,de olieman van Texaco,( vader van naar ik meen 12 kinderen ) Kees van der Plas met zijn haringkar. Toen was de haring nog 15 cent en verontschuldigde zich als ze duurder waren geworden.

Na zijn dood bleek dat hij er warm bij zat en de familie het nakijken had toen men vernam dat zijn vermogen naar de kerk ging.

Onder de ouderen verdween de saamhorigheid, want er moest weer brood op de plank komen. De jeugd dacht daar anders over mede door de toen opgerichte speeltuinvereniging. Geloofsgrenzen vervaagden en werd er samen gespeeld op de speeltuin met alle kinderen uit de buurt.

Zondags op de hangplek bij de klok werden er plannen gesmeed om wat te gaan doen. Dat resulteerde in fietstochten naar Noordwijk of Katwijk en dan over het strand naar Scheveningen. Via Wassenaar lang de snelweg weer op huis aan. Henny van Guchten, Adrie Blijswijk en ik zij de gek hebben veel lol gehad die tijd.

Na mijn ambachtschool in 1955 tijd trad ik in dienst bij de kon. Marine ik was net 16 jaar en tekende voor 8 jaar een contract. Toen scharrelde ik wat met Nel Regeer die achter ons woonde in de Merelstraat. Maar dat was van korte duur, alleen de weekeinden thuis dat was het breekpunt.

Ik verliet de buurt met enige weemoed, maar ben de buurt nooit vergeten. Elk weekeind dat ik vrij was streek ik weer neer op de Lijsterstraat 4.

In 1958 werd ik uitgezonden naar Nieuw Guinea voor de tijd van 1 1/2 jaar. Niks tussentijds verlof gewoon je term volmaken en niet zeuren. Na die tijd tijdens mijn verblijf in de tropen had ik een penvriendin, waarmee ik me na een jaartje na terug komst verloofde. Helaas was het niet bestand tegen mijn vrijheidsdrang.

En dan in 1964 loop ik de ware tegen het lijf, Sonja Ramp uit de roodboststraat. Binnen jaar waren we getrouwd en verhuisden na 3 jaar inwoning naar Haarlem.

7 jaar Haarlem en 2 kinderen een zoon en een dochter op de wereld gezet werd het tijd om te verkassen naar Lelystad, om daar ons bestaan verder uit te bouwen En, dat is goed gelukt.

Samen zijn we nu ruim 43 jaar in Lelystad en doen vrijwilligerswerk op de Bataviawerf ook alweer ruim 28 jaar. Met trots kan ik nog vermelden, dat onze dochter gezeild heeft met de Oost-Indiëvaarder Batavia in Australië.

Terug keer naar Leiden zit er niet meer in we zijn hier gesetteld en oude bomen moet je niet meer verkassen.

Maar de vogelbuurt zal ik nooit vergeten en hoop dat deze nog lang mag blijven bestaan.